lavalamp-groen-blauw

Lava lampen

In een lavalamp zitten twee vloeistoffen met vrijwel dezelfde dichtheid, die niet met elkaar mengen. De lichtbron geeft behalve
licht ook warmte af aan de inhoud van de lamp. De onderste vloeistof (met de grootste dichtheid) neemt de warmte op, waardoor
hij uitzet en de dichtheid afneemt. Als de dichtheid van de onderste vloeistof kleiner wordt dan die van de bovenste, stijgt
de onderste vloeistof in een 'blob' op. Tijdens het opstijgen geeft hij zijn warmte af, waardoor de dichtheid weer toeneemt.
De 'blob' zakt terug naar de bodem, waar het hele proces opnieuw begint.
De samenstelling van de stoffen van de originele lavalamp is een goed bewaard bedrijfsgeheim, en is dus niet algemeen bekend.
In het patent wordt de eerste component omschreven als 'een minerale olie met paraffine, koolstoftetrachloride, een kleurstof
en paraffinewas'. De tweede component is water met (eventueel) een andere kleurstof. De eerste component is bij kamertemperatuur
vast en heeft een grotere dichtheid dan water, en ligt dus onderin de lamp. Bij temperaturen boven de 40 °C wordt deze component
vloeibaar.